algemeen

Algemeen

 

Het woord makelaar verwijst naar een eeuwenoud beroep. Makelaars waren oorspronkelijk tussenpersonen bij de stapelmarkt in Amsterdam. Er werd daar gehandeld in goederen als hout en cacao. Ook bij de latere handel via de goederentermijnbeurs waren (beurs)makelaars betrokken.

 

Tegenwoordig verwijst de term makelaar vooral naar de makelaar in onroerende zaken.

Een makelaar bemiddelt bij koop en verkoop, huur en verhuur van huizen, bedrijfspanden of ander roerend, onroerend of registergoed, regelt contracten en (ver)koopafspraken.

Een groot deel van het werk bestaat uit het zoeken van (de makelaar van) een geschikte partij om dat bepaalde goed eenmalig mee te verhandelen. De makelaar is dus slechts tussenpersoon en is werkzaam krachtens een overeenkomst van bemiddeling. Het vak wordt de 'makelaardij' genoemd.

 

Voor de diensten van een makelaar verzorgt betaalt de klant een courtage. Dit is een vooraf afgesproken percentage (meestal tussen 1% en 2%) van de uiteindelijk gerealiseerde verkoopprijs. De NVM hanteert een adviestarief van 1,8% voor de courtage. Tegenwoordig zijn er ook makelaars, veelal internetmakelaars, die een vast tarief hanteren ongeacht de verkoopwaarde.

 

Zolang de werkzaamheden van de makelaar niet tot resultaat leiden, hoeft de verkopende klant meestal alleen de door de makelaar gemaakte kosten te vergoeden

 

Makelaardij in Nederland

 

Van oudsher was de positie van de makelaar omschreven in artikel 62 van het Wetboek van Koophandel. Makelaar was sinds 1967 een wettelijk beschermde titel. De activiteiten van de makelaar waren overigens niet beschermd: iedereen mag bemiddelen, maar zich dus niet zomaar makelaar noemen. Ieder die zich -zonder daar recht op te hebben- makelaar (of assistent-makelaar e.d.) noemde, was zelfs strafbaar volgens het Wetboek van Strafrecht. Men kon uitsluitend makelaar worden door te voldoen aan eisen op het gebied van vakbekwaamheid en onafhankelijkheid. Voor de vakbekwaamheid moest een examen worden afgelegd. Vervolgens diende de kandidaat zich te laten beëdigen (eed of belofte afleggen) door een arrondissementsrechtbank.

 

Voor de onafhankelijkheid diende de makelaar te kunnen aantonen dat hij zelf geen belang had bij de onroerende zaken waarvoor hij bemiddelde. Ook mocht de makelaar niet in loondienst zijn van een og-handelaar, bank, hypotheekverstrekker of andere marktpartij.

Het jaar 2001

 

In 2001 is door Annemarie Jorritsma (de toenmalig minister van Economische Zaken) de titelbescherming en beëdiging afgeschaft. Dit vond men passen in de toenmalige gedachte van deregulering (de overheid trekt zich op bepaalde terreinen terug).

In feite mag iedereen zich nu 'makelaar' noemen. Sindsdien bewaken brancheorganisaties de kwaliteit met certificeringsregelingen. Van deze certificeringsregelingen zijn er thans twee, VastgoedCert en SCVM (Stichting Certificering Voor Makelaars en taxateurs). Om ingeschreven te kunnen worden in het register van VastgoedCert dient men te beschikken over een certificaat van vakbekwaamheid van KEMA. Om ingeschreven te kunnen worden in het register van de SCVM dient men te beschikken over een certificaat van vakbekwaamheid van DNV. De laatste is de enige certificeringsregeling welke geaccrediteerd is door de Raad voor Accreditatie (RvA) en voldoet hiermee aan hoogstaande kwaliteitseisen.

 

De situatie na 2001

 

Het examenmakelaar is na 2001 blijven bestaan. Er zijn diverse opleidingen voor, zoals SVMnivo en de Beroepsopleiding Makelaars.  Ieder die dit met succes heeft afgelegd, kan in het bezit komen van het certificaat van vakbekwaamheid en zich inschrijving in één van de registers. Er is geen eedaflegging meer.

 

De laatste jaren gaan er zowel vanuit de politiek als vanuit de markt weer veel stemmen op om de eed voor de makelaars weer in te voeren. De NVM is hier voorstander van omdat zij van mening is dat het de toetreding tot het beroep moeilijker maakt waardoor er minder makelaars zullen komen die elkaar dus niet meer in deze mate beconcurreren. De Vereniging VBO Makelaar (VBO)is tegen herinvoering van de beëdiging. Dit omdat zij van mening is dat het afleggen van een eed niets zegt over de kwaliteit van de makelaar. Deze kwaliteit staat of valt met een goede opleiding, certificering (met bijbehorende permanente educatie) en een strenge gedragscode.

 

Ontwikkelingen door internet

 

De makelaardij wordt sterk beïnvloed door de opkomst van het Internet, die consumenten nieuwe mogelijkheden biedt om woningen en andere panden te zoeken en aan te bieden. Sommige makelaars bieden de verkopers van woningen de mogelijkheid een deel van het verkoopproces zelf uit te voeren, bijvoorbeeld het verzorgen van verkooptekst, foto's en rondleidingen voor potentiële kopers. Hierdoor kan de klant een deel van de makelaarskosten uitsparen.

Met name op het gebied van de woningmarkt (starterswoningen, appartementen e.d.) komt het steeds vaker voor dat kopers en verkopers trachten hun zaken zoveel mogelijk zelf te doen. Op het gebied van bedrijfsmatige objecten, kavels grond en agrarische objecten is zaken doen zonder makelaar nog niet zover ontwikkeld.

 

 

Aankoopmakelaar

 

Bij een transactie van een pand zijn twee partijen betrokken. Daarom bestaat er naast de makelaar die bemiddelt bij verkoop ook een makelaar die helpt bij de aankoop van een woning. Deze makelaar is bij de transactie betrokken als adviseur voor de aankopende partij. De dienstverlening heeft in dit geval voornamelijk betrekking op het schatten van de waarde van het pand, inspectie op verborgen gebreken en, eventueel, het voeren van onderhandelingen

  • Restaurant

    Haren-Ems

    O.G. € 349.000

    INV/GW INCL.

  • Snackbar

    Vianden

    O.G. OP AANVRAAG

    INV/GW OP AANVRAAG

  • hotel-restaurant

    Gulpen-Wittem

    O.G. OP AANVRAAG

    INV/GW OP AANVRAAG