drankensector

 

 

- de drankensector in beeld

- de café's in beeld

- het strandpaviljoen in beeld

- de zalen en partycentra in beeld

- de discotheek in beeld

 

 

 

‘De drankensector in beeld’

 

Bron: van Spronsen & partners horeca-advies (jaargang 2009)

 

Drankensector vs. horeca branche

 

De drankensector telt op 1 januari 2009 17.638 bedrijven onderverdeeld in acht bedrijfstypen.

Onder deze sector vallen cafés, discotheken, strandbedrijven, kiosks, horeca bij recreatiebedrijven, horeca bij sportaccommodaties, ontmoetingscentra en zalen- & partycentra. 2009 is een zwaar jaar geweest voor de Nederlandse drankensector. Volgens cijfers van het bedrijfschap Horeca en Catering daalde het aantal bedrijven in de sector met 1,6%. In de afgelopen tien jaar is het aanbod in de drankensector afgenomen van 18.899 in 2000 tot 17.638 bedrijven in 2009, wat neerkomt op een daling van 7,9%. Hieruit blijkt eveneens dat de drankensector met deze cijfers de sterkst dalende sector in de horeca branche is over de afgelopen tien jaar. Daarentegen zijn de restaurantsector (12,5%), de fastservicesector (3,2%) en partycatering (165,3%) wel gestegen in aantal bedrijven. Het aantal bedrijven in de hotelsector is gedaald met 1,3%. Het aantal kamers in de hotelsector is echter gestegen van 87.562 in 2000 naar 102.287 in 2009, een stijging van 16,8%.

 

Ontwikkelingen

 

Kijkend naar de ontwikkelingen is te concluderen dat de drankensector in 1998 op zijn hoogtepunt was met circa 19.320 bedrijven. In de periode tussen 2000 en 2009 is het aantal bedrijven gedaald van 18.899 tot 17.638. Met name de cafés (-12,7%) en discotheken (-26,7%) laten een sterke daling zien.

De afgelopen tien jaar is in Overijssel/Flevoland het aantal bedrijven in de drankensector gestegen met 1,8%. De provincie Limburg heeft de sterkste daling ondervonden met 14,4%.

 

Dichtheid

 

Nederland telt gemiddeld 10,7 drankenverstrekkende bedrijven per 10.000 inwoners. Zeeland heeft de hoogste dichtheid met 17,9 bedrijven per 10.000 inwoners. De laagste dichtheid is te vinden in Flevoland. Met een dichtheid van 5,2 bedrijven per 10.000 inwoners. Kijkend naar de dichtheid en de ontwikkelingen van de afgelopen tien jaar is te zien dat Flevoland theoretisch gezien momenteel de meeste ruimte biedt voor uitbreiding. Daarnaast is het de provincie waar het aantal bedrijven in de drankensector sterk gegroeid is.

 

  Bekijk de afbeelding op ware grootte

 

 

 

 

 

 

 

'De café's in beeld'

 

Bron: van Spronsen & partners horeca-advies (jaargang 2009)

 

Brancheontwikkelingen

Een horecabedrijf wordt tot de cafésector gerekend wanneer meer dan 50% van de omzet gerealiseerd wordt door de verkoop van alcoholische dranken. Volgens cijfers van het bedrijfschap Horeca en Catering sloten in 2008 circa 231 cafés de deuren en daarmee werd de negatieve trendlijn die al sinds 2000 heerst, wederom niet doorbroken. De daling tussen 2007 en 2008 was de sterkste daling, het aanbod nam met ruim 3,5% af. In de afgelopen tien jaar, tussen 2000 en 2009 is het caféaanbod afgenomen van 11.084 tot 9.678, wat neerkomt op een daling van 12,7%. Kijkend naar de afgelopen 10 jaar zien we dat Flevoland de enige provincie is waarin het aanbod van cafés is toegenomen.

Het feit dat deze provincie als enige een stijging in het aanbod laat zien, kan duiden op een inhaalslag (het aanbod was zeer klein). Kijkend naar de absolute afname dan zijn Limburg en Noord-Brabant de grootste dalers met een afname van respectievelijk 298 en 238 cafés.

 

Bedrijfstypen/soorten

 

De cafésector kan simpelweg in twee segmenten worden opgedeeld, het bruine café en het moderne (niet-bruine) café. Binnen deze twee segmenten zijn er weer talloze andere (sub-) segmenten te benoemen, zoals; Irish Pub, wijnbar, speciaalbierencafé, grandcafé en eetcafé. Ieder segment heeft zijn eigen formule, stijl, doelgroep en interieur. Dit maakt de cafésector een boeiende maar

complexe sector.

 

Dichtheid

In de tabel hiernaast is het aantal cafés en de dichtheid per 10.000 inwoners, per provincie weergegeven. Net als voorgaande jaren staat Limburg aan kop met 10,6 cafés per 10.000 inwoners. Flevoland heeft de laagste dichtheid, met 2,1 cafés per 10.000 inwoners. Een hoge dichtheid is vaak te herleiden naar toeristische aantrekkelijkheid van een provincie, zo ook bij Limburg en Zeeland. Landelijk gezien waren er in 2009 5,9 cafés voor iedere 10.000 inwoners. Duiven, Diemen, Albrandswaard en Oegstgeest zijn de gemeenten met de laagste dichtheid (0,4 cafés per 10.000 inwoners). Dit jaar voert het Waddeneiland Terschelling de lijst met hoogste dichtheid aan met maar liefst 36 cafés per 10.000 inwoners (er zijn 17 cafés op 4.739 inwoners). Daarnaast hebben Texel (vierde plaats) en Ameland (negende plaats) ook een plek in de top tien verworven. De Waddeneilanden trekken jaarlijks ongeveer 1.500.000 bezoekers waardoor de kroegen op de Waddeneilanden een voornamelijk toeristische functie hebben. In de top 10 gemeenten met hoogste dichtheid vallen verder de vier Limburgse gemeenten Valkenburg, Gulpen-Wittem, Vaals en Eijsden.

 

Top 10 steden grootste aanbod

 

Maastricht heeft in 2009 absoluut gezien de meeste cafés en de hoogste dichtheid, met 13,9 cafés per 10.000 inwoners. De top 10 is niet veel veranderd ten opzichte van 2000. In iedere stad is echter wel het aanbod afgenomen, wat voor een lagere dichtheid zorgt.

 

Concepten

 

Speciaalbierencafé

Sinds 1986 kunnen cafés zich aansluiten bij de Alliantie van Biertapperijen. In 2009 zijn er in totaal 43 cafés bij aangesloten. De alliantie heeft als doel de kennis, kwaliteit en kunde van het schenken van speciaalbieren meer bekendheid te geven en op een hoger niveau te brengen. Naast de 43 aangesloten cafés zijn er nog vele andere cafés die extra aandacht schenken aan speciaalbieren. Zo zien we dat ieder bier in zijn eigen soort glas geschonken wordt. Over het interieur van een

speciaalbierencafé kan men eenvoudig zeggen dat het er als een tweede woonkamer voelt. Vaak hangen er decoraties van biermerken en brouwerijen aan de muren.

 

Irish pub

Het woord “pub”, is afkomstig van het Engelse Public House, wat niets meer betekent dan openbaar huis. Het is dan ook niet vreemd dat veel Ierse Pubs de uitstraling hebben van een tweede woonkamer. Een Ierse Pub onderscheidt zich qua interieur vaak door het combineren van traditionele en eigentijdse stijlelementen, met vaak een doordachte verzameling van donkerbruin meubilair.

Daarnaast is sport een belangrijk item in de Ierse kroeg, er worden vaak internationale sportuitzendingen uitgezonden in de kroegen. In de kroeg kan men bier per “pint” of “half-pint” krijgen en vaak ook een eenvoudige maaltijd. Dit bij elkaar moet voor de echte Ierse sfeer

zorgen.

 

Consument

 

In 2008 heeft meer dan 55% van alle Nederlanders (16- 80 jaar) wel eens een drankenverstrekkend bedrijf bezocht. Het cafébezoek van de vrouw blijkt bijna net zo geaccepteerd te zijn als dat van de man; de vrouwen blijven slechts een fractie achter bij de mannen. In een eetcafé werd in 2008 gemiddeld € 16,30 uitgegeven tijdens een bezoek. Voor traditionele cafés was deze besteding per bezoek € 10,10 en in themacafés werd gemiddeld € 6,50 besteed.

 

Trends & Ontwikkelingen

 

Wijnbars

In New York en London kennen ze het fenomeen al jaren en in Nederland rukken de wijnbars de laatste jaren ook op. Niet zo gek wanneer je beseft dat tussen 2000 en 2005 de wijnconsumptie per Nederlander met 13,3% is toegenomen (en de bierconsumptie in diezelfde periode juist met 6,0% afnam). In 2000 opende Boelen & Boelen in Amsterdam haar deuren, Nederlands eerste wijnbar. Een wijnbar kenmerkt zich vaak door een open en transparante uitstraling met een strak en stijlvol interieur en richt zich mede hierdoor op 30+ gasten met een bovengemiddeld besteedbaar inkomen.

Quizavonden

Het organiseren van quizavonden kan bijzonder goed zijn voor de omzet van cafés. Uit onderzoek blijkt dat de gemiddelde quizspeler zo’n 2,5 uur in het café blijft “spelen” en daarbij gemiddeld € 14,50 per quizavond uitgeeft en circa 25% eet ook wat in het café, voordat de quiz begint. Met een quizavond creëert het café in feite een doelbezoek voor haar gasten. Daarnaast zorgt een quizavond voor gastloyaliteit.

 

Toekomstvisie

 

Onze verwachting is dat de negatieve trend van afname in het caféaanbod de komende jaren niet doorbroken zal worden. De huidige economische situatie gecombineerd met het rookverbod zorgt voor een negatief ondernemingsklimaat voor met name kleinere cafés. Dit komt omdat kleinere cafés vaak

niet genoeg oppervlakte hebben voor een rookruimte, waardoor zij zich slechter kunnen wapenen tegen het rookverbod. Hierdoor, zullen veel cafégasten zich verplaatsen naar de grotere cafés, waardoor de kleinere cafés gevaar lopen voor sluiting. Doordat een afname in kleinere cafés

aannemelijk is, zal dat de gemiddelde verkoopoppervlakte van cafés toenemen en zal dus schaalvergroting plaatsvinden.

 

Bekijk de afbeelding op ware grootte

 

 

 

 

 

 

 

‘Het strandpaviljoen in beeld’

 

Bron: van Spronsen & partners horeca-advies (jaargang 2009)

 

Brancheontwikkelingen

 

Onder een strandpaviljoen wordt verstaan: een bedrijf gelegen op het strand, waar horeca wordt aangeboden in combinatie met een terras en eventueel met verhuur van materialen. Dit zijn bedrijven in kustgemeenten of gemeenten bij één of meerdere grote meren. Nederland telt in 2009 volgens het bedrijfschap Horeca en Catering 369 strandpaviljoens. In de grafiek is de ontwikkeling van het aantal strandpaviljoens in Nederland over de afgelopen tien jaar weergegeven. Ook is ter vergelijking het indexcijfer van de totale horecasector weergegeven. Absoluut is het aantal strandpaviljoens de afgelopen tien jaar gestegen van circa 332 naar 369. Over de afgelopen tien jaar is het aantal strandpaviljoens toegenomen met 11,1%.

Het aanbod van de totale horeca groeide in de besbetreffende periode met bijna 1,3 %.

 

In de afgelopen tien jaar is de gemiddelde verkoopoppervlakte per strandpaviljoen fors toegenomen. In 2000 was dit nog 94,4m², in 2009 was het al 147m². Dit betekent een toename van bijna 57%. Gecombineerd met de groei van het aantal bedrijven, kunnen we concluderen dat het goed gaat in deze tak van de horeca.

 

Bedrijfstypen/soorten

 

De afgelopen jaren is er binnen het segment een tweedeling ontstaan. Enerzijds de traditionele strandpaviljoens en anderzijds de moderne, hippe strandpaviljoens. Het verschil zit voornamelijk in de aankleding en het soort thema. Deze varieert van een “surf” thema tot een “landen” thema. De traditionele strandpaviljoens richten zich veelal op gezinnen met kinderen, senioren en strandwandelaars. Dit is een grote doelgroep, die recreanten, dagjesmensen, lokale bevolking en kusttoeristen van jong tot oud omvat. De moderne en trendy strandpaviljoens richten zich veelal op jongeren tot 35 jaar. Deze groep bestaat uit studenten, trendy mensen, hippe jongeren en jonge ouders. Op het gebied van eten en drinken vindt er in beide segmenten een verschuiving plaats. Steeds meer strandpaviljoens bieden een uitgebreide menukaart aan en hebben een ontwikkeld

product. Met name de moderne strandtenten lopen voorop in deze ontwikkeling.

Om een ‘hippe’ strandtent te realiseren is wel een hoger investeringsniveau vereist. Dat komt voornamelijk omdat het in deze tenten meer draait om uitstraling en comfort dan in de traditionele strandtenten.

 

Aanbod

 

In de tabel is te zien hoe het aanbod van de strandpaviljoens over de Nederlandse provincies is verdeeld. Logischerwijs bevinden strandpaviljoens zich met name in de kustprovincies. In het noorden van het land, Groningen en Friesland, is het aanbod van standpaviljoens relatief laag. Dat is te wijten aan het type strand in deze provincies. Deze stranden bestaan voornamelijk uit donker zand, modder en stenen. Dat er in provincies zonder kust ook strandpaviljoens zijn, komt omdat horecabedrijven bij grote meren ook meetellen als strandpaviljoen.

 

Concepten

 

Strandpaviljoen Sol Beach in Scheveningen viert dit jaar het tien jarige bestaan van een uniek product. Zij bieden in een ongedwongen Braziliaanse en Mediterrane sfeer en een eigen barbecue bij de gast op tafel. Afrekenen kan gebeuren met de Solcard. Op deze zogenaamde smartcard kan geld gestort worden, waarbij de korting toeneemt in verhouding met het gestorte bedrag. Daarnaast geeft de Solcard recht op een gratis strandbed dat seizoen.

Strandpaviljoen Rapa Nuì in Bloemendaal biedt particulieren en bedrijven die dit jaar eens flink willen uitpakken iets nieuws. Zij geven de mogelijkheid deze locatie voor één dag volledig naar eigen wens te exploiteren. Strandpaviljoen Blue Lagoon is dit jaar uitgeroepen tot beste strandpaviljoen van het jaar. Het concept, waar tafels met open haarden buiten op het terras staan, geeft een bijzondere beleving voor de gasten. Daarnaast worden er ruim 20 verschillende workshops aangeboden.

 

Consument

 

Het strand trekt een breed publiek, van jong tot oud. De verschillende seizoenen brengen verschillende segmenten van strandbezoekers. Door de locatie, het prijsniveau, de uitstraling en inrichting en door de aangeboden activiteiten, selecteert het publiek zich automatisch. De strandbezoekers zijn in vier hoofdsegmenten te verdelen: ‘zon, zee en strand’, ‘wandelaars’, ‘strandsport’ en ‘evenementen’. De gemiddelde besteding van bezoekers van een strandtent bedraagt circa € 9,30 per bezoek, volgens bedrijfschap Horeca en Catering. De reden van het bezoek kan divers zijn, van een dagje strand tot een borrel met collega’s. Op basis van de gemiddelde omzet per strandtent van € 500.000,= per jaar bedraagt het aantal bezoekers per standtent gemiddeld 54.000 per jaar.

 

Trends & Ontwikkelingen

 

In en buiten Europa hebben steeds meer bedrijven een Green Key, dit is sinds 1994 hét internationale keurmerk voor milieuvriendelijke bedrijven in de toerisme- en recreatiebranche. Bij de aangesloten bedrijven wordt bewust omgegaan met het milieu en de natuur, zonder dat dit ten koste gaat van het comfort en de kwaliteit. In Nederland bezitten vijf strandpaviljoens dit keurmerk. Het doel van de Green Key is het sparen van het milieu door minder gas, water en elektra te verbruiken en door

minder afval te produceren, zodat ook de kosten voor de ondernemer worden gedrukt.

Aan de kust zien we een concept opkomen dat al langer in Nederland bestond, namelijk strandpaviljoens die inspelen op wellness. Het publiek wordt uitgenodigd om tot rust te komen in een relaxte ambiance. Daarnaast worden er verschillende yogaworkshops, massages en Tai

Chi lessen geven.

 

Toekomstvisie

 

Door de economische recessie zal een groep Nederlanders ervoor kiezen niet in het buitenland op

vakantie te gaan. In plaats daarvan maakt men meerdere korte trips in eigen land, waarbij de Nederlandse kust zal behoren tot één van de bestemmingen. De bestedingen van de gast zullen ongeveer gelijk blijven en afhankelijk blijven van het type bezoeker. Door de steeds professionelere horecafaciliteiten, het bredere product voor diverse doelgroepen en de mogelijkheid van jaarrondexploitatie zal de strandhoreca een grotere concurrent worden voor omliggende horeca exploitanten.

Verder is de verwachting dat schaalvergroting zal doorzetten maar de groei van het aantal strandpaviljoens zal afvlakken, aangezien het aantal exploitatie vergunningen in veel gemeenten beperkt is.

 

 

 

‘zalen en partycentra in beeld’

 

Bron: van Spronsen & partners horeca-advies (jaargang 2009)

 

Brancheontwikkelingen

 

Nederland telt in 2009, volgens het bedrijfschap Horeca en Catering, 1.050 zalen-/partycentra. In de onderstaande grafiek is de ontwikkeling van het aantal zalen-/partycentra in Nederland over de afgelopen tien jaar weergegeven. Absoluut is het aantal bedrijven in tien jaar tijd gestegen van 846 in

2000 naar 1.050 in 2009. Dit is een toename van ruim 24%. Opvallend is de grote stijging in 2007. Tussen 2006 en 2007 steeg het aanbod in de sector met ruim 6% en in 2009 groeide de sector met bijna 4%. Noord-Brabant is met 193 bedrijven de provincie met de meeste zalen-/partycentra. Zeeland heeft 12 zalen- /partycentra het laagste aanbod in ons land.

 

Soorten/Bedrijfstypen

 

Zalen-/partycentra maken een onderscheid tussen zakelijk en privé. Het NRIT Media onderscheidt vier typen; hotel, restaurant, gespecialiseerde accommodaties en bungalow- /recreatiepark. 42% heeft meer dan 500 zitplaatsen, zo blijkt uit het onderzoek ‘Kennis van Zalen’ van het NRIT Media in 2007. Accommodaties hebben gemiddeld negen zalen. Gespecialiseerde accommodaties hebben het meeste aantal zalen, namelijk tien gemiddeld.

 

De meeste locaties bevinden zich in Gelderland, Utrecht, Noord- en Zuid-Holland, ongeveer 65%. Per jaar worden er circa 1.000 bijeenkomsten gehouden per accommodatie. Circa 78% van alle bijeenkomsten duurt niet langer dan één dag en van het totaal aantal bijeenkomsten is 7%

internationaal, zo blijkt uit ‘Kennis van Zalen’ uit 2007 van het NRIT Media.

De centra kunnen gevestigd zijn op een landgoed, op een boot, in een beachclub, in musea, in een fort, in een pretpark en in congrescentra. Deze bedrijven werken vaak samen met andere horecagelegenheden. Zalen-/partycentra in combinatie met een sport centrum, zoals een kart- en

partycentrum zijn populair. Voor de zakelijke markt zijn hotels en conferentieruimtes populair.

 

Dichtheid

 

In de tabel hiernaast is het aantal zalen- /partycentra en de dichtheid per provincie weergegeven. De dichtheid is het aantal centra per 10.000 inwoners. Groningen beschikt over de hoogste dichtheid met 0,82 zalen-/partycentra per 10.000 inwoners. Theoretisch gezien is hier beperkt ruimte voor uitbreiding. Zeeland beschikt over de laagste dichtheid van 0,32 bedrijven per 10.000 inwoners. Theoretisch gezien is hier dus nog ruimte voor uitbreiding. Landelijk gezien waren er in 2008 0,64 zalen-/partycentra voor iedere 10.000 inwoners.

 

Concepten

 

Vergaderen op het platteland

Vergaderen op het platteland is een opkomend concept. De maatschappij is gericht op snelheid. Voor de ontspanning is vergaderen op het plattenland een zeer aantrekkelijk alternatief. De rust, onthaasten en ontstressen staan centraal, waardoor een vergadering op een andere manier gehouden wordt.

 

Regardz

Regardz “The Ultimate Business Bubble” is een concept wat gericht is op het lekkere gevoel dat je thuis hebt, als je je op je gemakt voelt. Er is dus veel mogelijk. Het creëren van een goed werkklimaat staat op één. ‘The Ultimate Business Bubble" is voor iedereen anders en daar speelt Regardz op in.

 

Consument

 

De doelgroep voor de zalen-/partycentra is breed, maar de belangrijkste doelgroep is de leeftijdsgroep tussen 16 en 64 jaar. 3% van de 16 tot 64 jarigen bezoekt wel eens een zalen-/partycentrum. In 2005 lag dit aantal op 4%. Sinds 2006 is het aantal bezoekers stabiel gebleven. De gemiddelde besteding per bezoeker is afgenomen.

Volgens het CBS lag de gemiddelde besteding in 2005 op € 17,50 per persoon per bezoek. In 2008 lag het gemiddelde op € 15,40 per persoon per bezoek. Dit is een daling van 12%. 75% van de congres- en vergaderaccommodaties geeft aan klanten uit het bedrijfsleven te ontvangen, 61% van

de accommodaties ontvangt tevens overheidsgasten.

Naast overheidsgasten en het bedrijfsleven ontvangen de accommodaties voornamelijk trainingsbureaus, onderwijsinstellingen, mensen uit de gezondheidszorg en verenigingen. 64% van de klanten is afkomstig uit de regio, zo blijkt uit ‘Kennis van Zalen’ van het NRIT Media uit 2007.

 

Trends & Ontwikkelingen

 

Uit onderzoek van het NRIT Media in 2007 is gebleken dat ruim 50% van de accommodatieverschaffers samenwerking zeer belangrijk vindt. De motieven hiervoor zijn vooral het

geven van betere service richting de gast, gezamenlijke promotie en samenwerking vanuit financieel oogpunt. Een belangrijke ontwikkeling is dat Nederland een positie omhoog geklommen is op de ranglijst met internationale congresbestemmingen. Volgens de International Congress and

Convention Association (ICCA) noteerde Nederland in 2008 227 congressen tegen 195 in 2007, waarmee we van de 11e naar de 10e plek gestegen zijn.

 

Toekomstvisie

 

De laatste tien jaar is het aantal zalen-/partycentra met ruim 24% gestegen. Wij verwachten dat deze groei zich licht zal doorzetten. Echter zullen de zalen-/partycentra steeds meer concurrentie krijgen van niet horecabedrijven (attractieparken

e.d.). Daarnaast zal maatwerk en persoonlijke aandacht een steeds grotere rol gaan spelen. Een bijzondere en unieke beleving is steeds meer in trek. Zalen en partycentra zullen in moeten spelen op deze trends.

 

Bronnenlijst:

Bedrijfschap Horeca & Catering

Centraal Bureau voor de Statistiek

Kamer van Koophandel

‘Kennis van Zalen’ - Nederlands

Research Instituut voor Recreatie en

Toerisme (NRIT).

Misset horeca

 

 

 

 

 

 

‘De discotheek in beeld’

 

Bron: van Spronsen & partners horeca-advies (jaargang 2009)

 

Brancheontwikkelingen

 

Een discotheek is ‘een horecabedrijf waar mensen de gelegenheid geboden wordt om te dansen op

opgenomen/gemixte muziek in combinatie met licht en andere effecten onder leiding van een diskjockey en/of veejay’. In 2009 telt Nederland 300 discotheken. Noord- Holland is met 64 discotheken de provincie met de meeste discotheken. Flevoland heeft met vier discotheken het kleinste aanbod in ons land. Het aantal discotheken is ten opzichte van vijf jaar geleden met 15,5% gedaald. Ten opzichte van tien jaar geleden is dit aantal zelfs met bijna 27% gedaald.

In de afgelopen tien jaar is de gemiddelde verkoopoppervlakte per discotheek toegenomen met ruim 40%, naar een gemiddelde oppervlakte van 473m² in 2009. Er is dus sprake van schaalvergroting binnen de branche.

 

Bedrijfstypen/Soorten

 

De discotheken in Nederland zijn in een vijftal categorieën te

verdelen:

1. Traditionele discotheek: De discotheek zoals iedereen hem kent. Vaak worden hier verschillende muzieksoorten gedraaid

en zijn er extra faciliteiten zoals een café of eetgelegenheid.

2. Uitgaanscentrum: Heeft meerdere zalen en faciliteiten, is vaak multifunctioneel en heeft een regionale functie.

3. Gespecialiseerde discotheek: Is gespecialiseerd in één muzieksoort, bijvoorbeeld R&B en is vaak gevestigd in een (grote) stad, vanwege de grotere doelgroep.

4. Danscafé: Is overdag een gewoon café en verandert ‘s avonds in een kleine discotheek.

5. Club: Een discotheek waar voornamelijk club en dance wordt gedraaid.

 

Dichtheid

 

In de tabel hiernaast is het aantal discotheken en de dichtheid per provincie weergegeven. De dichtheid is het aantal discotheken per 10.000 jongeren. Jongeren en jong volwassenen (leeftijdsgroep tussen de 15 en 29) zijn de belangrijkste doelgroep voor een discotheek. Friesland en

Zeeland beschikken over de hoogste dichtheid met respectievelijk 2,5 en 2,1 discotheken per 10.000 jongeren. Theoretisch gezien is hier beperkt ruimte voor uitbreiding.

Utrecht beschikt over de laagste dichtheid van 0,7 discotheken per 10.000 jongeren. Theoretisch gezien is hier dus nog ruimte voor uitbreiding.

 

Bedreigingen

 

Rond 2000 kwamen de grote dancefestivals op. De dancefestivals zoals, Sensation, Dance Valley en

Thunderdome zijn nog steeds erg populair en vormen een grote concurrent voor discotheken, deze evenementen hebben in 2007 ruim 2 miljoen bezoekers getrokken. Dat is 10% meer bezoekers dan in 2006. Naast deze festivals zijn regelmatig terugkerende feesten in de trendy en hippe clubs ook in opkomst. Voorbeelden hiervan zijn Sneakerz en Housequake. Daarnaast zijn de drankketen sterk in opkomst. Naar schatting van het Bureau Eerlijke Mededinging (BEM) telt Nederland 3.500 drankketen. In 2006 waren dit er nog 2.500. Deze drankketen zorgen voor oneerlijke concurrentie onder de discotheken.

 

Consument

 

De belangrijkste doelgroep voor discotheken (15 tot 29 jaar) zorgt voor 90% van de omzet. Volgens

cijfers van het CBS zal het aantal jongeren tot 2050 fluctueren en uiteindelijk zelfs licht afnemen. Tot 2020 groeit het aantal jongeren licht. Na 2020 zal het percentage jongeren van de totale bevolking

licht afnemen.

De gemiddelde besteding per discotheekbezoeker is aan het afnemen. Volgens het bedrijfschap Horeca en Catering lag de gemiddelde besteding in 2005 op € 20,30 per persoon per bezoek. In 2008 lag het gemiddelde op € 16,20 per persoon per bezoek. Dit is een daling van ruim 20%. Jaarlijks komt dit neer op een gemiddeld daling van 7%.

De tabel hiernaast geeft de bezoekfrequentie per jaar aan. Er is een duidelijk verschil tussen het

uitgaansgedrag van jongeren in de vier grote steden en in Zuid-Nederland in vergelijking met de rest van Nederland. Jongeren in de vier grote steden gaan bijna twee keer zo vaak naar een discotheek dan jongeren in het noorden.

 

Trends & Ontwikkelingen

 

Onderstaande trends zien we terug in de discothekenbranche:

Gevoel van veiligheid: Nieuwe ontwikkelingen en technologieën zullen zorgen voor een beter en

veiliger deurbeleid. Zo zijn er ook al meerdere succesvolle proeven geweest met goed verlichte

parkeerplaatsen.

Interactieve media: de mobiele telefoon heeft een steeds grotere invloed. Naast sms-promotie kan het publiek bijvoorbeeld stemmen op nummers met de mobiele telefoon via bluetooth of sms. Discotheek

Brothers in Bunnik maakt al gebruik van Narrow Casting. Bezoekers krijgen een bericht met de

agenda van die avond en komende periode. In de toekomst kunnen we ook mobiel betalen

verwachten.

After Work Party: speciaal voor zakengasten die vanaf vijf uur op doordeweekse avonden willen

uitgaan. De avond duurt gemiddeld tot twaalf uur ‘s nachts. Deze doelgroep is zeer geschikt vanwege

het hoge inkomen- en bestedingsniveau.

 

Toekomstvisie

 

2009 is weer een slecht jaar voor de discothekensector. Wat betreft het aantal jongeren,

zal dit tot 2020 blijven stijgen. Dit heeft een positieve invloed op het discotheek bezoek. Echter is het effect van het rookverbod op de discotheeksector groot geweest en de sfeer onder de ondernemers grimmig. Door te blijven vernieuwen, de zakelijke markt te benaderen en ook gedurende de week diverse activiteiten te organiseren, kan het bedrijf gered worden. Wij verwachten toch dat het aantal discotheken in de nabije toekomst zal gaan dalen tot 280 bedrijven.

  • Snackbar

    Vianden

    O.G. OP AANVRAAG

    INV/GW OP AANVRAAG

  • hotel-restaurant

    Gulpen-Wittem

    O.G. OP AANVRAAG

    INV/GW OP AANVRAAG

  • Restaurant

    Haren-Ems

    O.G. € 349.000

    INV/GW INCL.